Nieuw in ons assortiment
PV4 T-Adapter Set 4-naar-1 - MC4 Compatibel - IP68 - 1500 V
Kies je optie
1,5 meter XLR Splitter Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins mannelijk naar 2x XLR 3-pins vrouwelijk
Kies je optie
1,5 meter XLR naar 2x RCA Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins mannelijk naar 2x RCA mannelijk
Kies je optie
3 meter XLR naar 2x RCA Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins vrouwelijk naar 2x RCA mannelijk
Kies je optie
1,5 meter XLR naar 2x RCA Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins vrouwelijk naar 2x RCA mannelijk
Kies je optie
5 meter XLR Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins vrouwelijk naar XLR 3-pins mannelijk
Kies je optie
3 meter XLR Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins vrouwelijk naar XLR 3-pins mannelijk
Kies je optie
1,5 meter XLR Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins vrouwelijk naar XLR 3-pins mannelijk
Kies je optie
50 centimeter XLR Audiokabel met Koperen Aders - XLR 3-pins vrouwelijk naar XLR 3-pins mannelijk
Kies je optie
ANSMANN ALCS 2-12 Druppellader voor 2V, 6V en 12V Loodaccu's
Kies je optie
InLine® Batterijlader voor AA, AAA en 9V NiCd/NiMH-batterijen
Kies je optie
InLine Snellader voor AA- en AAA NiCd/NiMH-batterijen met LCD-display
Kies je optie
Handige tips in onze blogs
Antwoord van Karel Kabel: Welke netwerkkabel is geschikt voor PoE?
Voor Power over Ethernet kun je een Cat5e-, Cat6- of Cat6a-netwerkkabel gebruiken. Welke kabel de beste keuze is, hangt af van het benodigde vermogen, de netwerksnelheid, de kabellengte en het aantal kabels dat bij elkaar wordt gelegd. PoE stuurt data en elektrische voeding door dezelfde netwerkkabel. Hiermee kun je bijvoorbeeld een IP-camera, access point, VoIP-telefoon of ander netwerkapparaat aansluiten zonder een apart stopcontact bij het apparaat. Cat5e, Cat6 of Cat6a voor PoE? Cat5e is geschikt voor standaard PoE en kan ook bij zwaardere PoE-varianten worden gebruikt wanneer de complete installatie aan de vereisten voldoet. Voor een nieuwe installatie is Cat6 of Cat6a vaak een betere keuze. Deze kabels bieden meer marge voor hogere netwerksnelheden en kunnen, afhankelijk van de uitvoering, warmte beter afvoeren. Voor PoE++ met hogere vermogens, lange kabeltrajecten of grote kabelbundels is Cat6a meestal de verstandigste keuze. Hoe meer stroom door de kabel loopt, hoe belangrijker de aderdikte, kabelkwaliteit en warmteafvoer worden. Kies een kabel van volledig koper Gebruik voor PoE bij voorkeur een netwerkkabel met aders van volledig koper, aangeduid als CU. Vermijd CCA-kabels, waarbij aluminium aders van een dun koperlaagje zijn voorzien. CCA heeft een hogere elektrische weerstand, waardoor meer spanningsverlies en warmteontwikkeling kunnen ontstaan. Controleer daarnaast of de kabel geschikt is voor de gewenste snelheid en kabellengte. Voor vaste installatie gebruik je meestal een installatiekabel met massieve aders. Voor de aansluiting tussen wandcontactdoos, switch en apparaat gebruik je passende patchkabels. Bekijk onze Power over Ethernet-producten voor het aansluiten en voeden van netwerkapparatuur. Voor de meeste nieuwe PoE-installaties is een kwalitatieve Cat6- of Cat6a-kabel van volledig koper de veiligste en meest toekomstbestendige keuze.
Reservelampjes meenemen voor auto, caravan en aanhanger
Ga je met de auto, caravan of aanhanger op vakantie? Dan controleer je waarschijnlijk vooraf de bandenspanning, olie, koelvloeistof en verlichting. Het is ook verstandig om een set reservelampjes mee te nemen. Een kapot achterlicht of knipperlicht is onderweg niet alleen onhandig, maar kan ook voor een onveilige situatie zorgen. Een standaard lampendoosje voor de auto bevat alleen niet altijd de juiste lampjes voor de caravan of aanhanger. Daarin kunnen andere fittingen, wattages en uitvoeringen zijn gemonteerd. Wie uitsluitend een reserveset voor de auto meeneemt, kan bij een defect aan de aanhangerverlichting alsnog zonder passend lampje komen te staan. Waarom zijn werkende lampen zo belangrijk? De verlichting van je auto en aanhanger maakt jouw combinatie zichtbaar voor andere weggebruikers. Richtingaanwijzers laten zien dat je van rijrichting wilt veranderen, remlichten waarschuwen achteropkomend verkeer en achterlichten zorgen dat de combinatie in het donker zichtbaar blijft. Bij een caravan of aanhanger zit de verlichting verder naar achteren dan die van de auto. De lampen van de auto zijn bovendien vaak gedeeltelijk of volledig aan het zicht onttrokken. Andere weggebruikers zijn daardoor afhankelijk van de verlichting op de caravan, fietsendrager of aanhangwagen. Een defect lampje kan vooral tijdens een lange vakantierit vervelende gevolgen hebben. Je rijdt mogelijk in het donker, door tunnels, bij regen of op onbekende wegen. Met een passend reservelampje kun je een eenvoudige storing vaak zelf oplossen. Is een set reservelampjes verplicht? De regels voor verplichte uitrusting verschillen per vakantieland en kunnen veranderen. In sommige Europese landen moet je bepaalde reservelampen in de auto hebben, terwijl dit elders alleen wordt aangeraden. Voor auto’s met niet eenvoudig vervangbare led- of xenonverlichting kunnen uitzonderingen gelden. Controleer daarom voor vertrek de actuele regels van alle landen waar je doorheen rijdt. Kijk niet alleen naar je eindbestemming. Tijdens een vakantie naar Zuid-Europa passeer je vaak meerdere landen met ieder hun eigen voorschriften. Ook wanneer een lampenset niet verplicht is, blijft hij handig om mee te nemen. Een doosje met passende lampen neemt weinig ruimte in en kan voorkomen dat je onderweg lang moet zoeken naar een garage, tankstation of winkel met precies het juiste type. Het lampendoosje van de auto is niet altijd voldoende Veel automobilisten hebben een universeel lampendoosje in de kofferbak liggen. Zo’n set bevat vaak veelgebruikte autolampen en enkele steekzekeringen. Denk aan lampen voor richtingaanwijzers, remlichten, achterlichten en kentekenplaatverlichting. Het probleem is dat een caravan of aanhanger niet per definitie dezelfde lampen gebruikt als de auto. Zelfs wanneer de functie gelijk is, kan de fitting of het vermogen verschillen. Een remlichtlamp uit de auto hoeft daardoor niet in de achterlichtunit van de caravan te passen. Daarnaast bevatten moderne auto’s steeds vaker vaste ledverlichting. Het reservedoosje van zo’n auto is mogelijk heel beperkt of ontbreekt volledig. De caravan of oudere aanhanger kan ondertussen nog gewoon losse gloeilampen gebruiken. Juist dan heb je een afzonderlijke set voor het getrokken voertuig nodig. Welke lampjes kunnen verschillen? In voertuigen en aanhangers worden verschillende soorten lampvoeten gebruikt. Veelgebruikte traditionele lampen zijn onder andere enkelpolige en dubbelpolige bajonetlampen, buislampen en kleine steeklampjes. Afhankelijk van het voertuig kun je bijvoorbeeld verschil tegenkomen in: De vorm en diameter van de lampvoet Het aantal contacten onder aan de lamp De plaats van de vergrendelpennen Het vermogen in watt De spanning van de lamp De kleur van het glas Een heldere of amberkleurige uitvoering Een lamp met de verkeerde fitting past niet. Een lamp met een verkeerd wattage kan te fel of te zwak branden, extra warmte veroorzaken of tot storingen leiden. Neem daarom niet zomaar een lamp die ongeveer hetzelfde lijkt. Controleer alle verlichting vóór vertrek Controleer de verlichting van de volledige combinatie wanneer de caravan of aanhanger aan de auto is gekoppeld. Vraag iemand om achter het voertuig te staan terwijl je de verschillende functies één voor één bedient. Controleer in ieder geval: De linker en rechter richtingaanwijzer De achterlichten De remlichten De kentekenplaatverlichting Het mistachterlicht Het achteruitrijlicht indien aanwezig De breedte- en markeringslichten indien aanwezig De voorste witte markeringslichten van een brede caravan Kijk niet alleen of de lamp brandt, maar ook of hij voldoende helder en stabiel brandt. Een zwak brandende lamp of verlichting die met een andere functie meeknippert, kan wijzen op een slechte massaverbinding, corrosie of een probleem in de stekker. Zo ontdek je welke reservelampen je nodig hebt De betrouwbaarste manier om een reserveset samen te stellen is door de gemonteerde lampen te controleren. Raadpleeg de handleiding van de auto, caravan of aanhanger en bekijk de aanduidingen op de lampen zelf. Op een lamp staan meestal codes en waarden die het type, de spanning en het vermogen aangeven. Noteer deze gegevens of maak met je telefoon een duidelijke foto. Zo kun je later eenvoudig dezelfde uitvoering bestellen. Kun je de lampunit zonder schade openen, controleer dan vooraf welke lampjes erin zitten. Doe dit thuis en niet pas langs de snelweg. Je weet dan meteen welk gereedschap nodig is en hoe het afdekkapje of de lichtunit losgemaakt wordt. Stel vervolgens een set samen met minimaal één reserve-exemplaar van iedere vervangbare lamp die voor de verkeersveiligheid belangrijk is. Van veelgebruikte lampen kun je eventueel twee exemplaren meenemen. Vergeet de fietsendrager niet Neem je fietsen mee achter op de auto of caravan? Controleer dan ook de verlichting van de fietsendrager. Een drager met een eigen lichtbalk kan opnieuw andere lampjes gebruiken dan de auto en caravan. Moderne fietsendragers zijn vaak voorzien van ledverlichting. Bij een defect kun je dan niet altijd één los lampje vervangen. Toch is het verstandig vooraf te controleren hoe de verlichting is opgebouwd en of onderdelen onderweg vervangbaar zijn. Controleer ook of de 7- of 13-polige stekker goed vastzit. Een storing in de verlichting wordt niet altijd door het lampje zelf veroorzaakt. Vuil, vocht, corrosie of een slecht contact in de stekker kan vergelijkbare klachten geven. Gloeilampen en ledverlichting vragen een andere aanpak Bij een traditionele lichtunit kun je een defecte gloeilamp meestal los vervangen. Bij geïntegreerde ledverlichting ligt dat anders. De leds zitten dan vast in de lichtunit en zijn niet als afzonderlijk lampje uitneembaar. Heeft jouw caravan of aanhanger ledachterlichten, controleer dan vóór vertrek of een losse module, complete lichtunit of reparatie onderweg mogelijk is. Een universeel lampendoosje biedt in dat geval geen oplossing. Een ledlamp in een traditionele fitting vervangen door een willekeurig ledalternatief is ook niet altijd verstandig. De lichtopbrengst, lichtverdeling en elektrische belasting kunnen afwijken. Gebruik een lamp die geschikt is voor de betreffende lichtunit en toepassing. Neem ook enkele zekeringen mee Wanneer meerdere lampen tegelijk uitvallen, hoeft er niet direct sprake te zijn van meerdere kapotte lampjes. Er kan ook een zekering zijn doorgebrand. Daarom bevat een goede reserveset naast lampjes vaak enkele steekzekeringen. Controleer welke zekeringtypes en ampèrewaarden in jouw auto, caravan of aanhanger worden gebruikt. Vervang een zekering uitsluitend door een exemplaar met dezelfde waarde. Een zwaardere zekering plaatsen om te voorkomen dat hij opnieuw doorbrandt, kan oververhitting en schade aan de bedrading veroorzaken. Brandt een nieuwe zekering direct opnieuw door, dan is er waarschijnlijk sprake van kortsluiting of een andere elektrische storing. Blijf dan niet steeds nieuwe zekeringen plaatsen, maar laat de oorzaak onderzoeken. Wat hoort er in een praktische reserveset? Een goede vakantieset is afgestemd op de voertuigen die je daadwerkelijk meeneemt. Een praktische set kan bestaan uit: Reservelampen voor de auto, voor zover deze los vervangbaar zijn Passende rem- en achterlichtlampen voor de caravan of aanhanger Reservelampen voor de richtingaanwijzers Een lampje voor de kentekenplaatverlichting Lampen voor markerings- en breedteverlichting Passende steekzekeringen met de juiste ampèrewaarden Een kleine schroevendraaier of ander benodigd gereedschap Werkhandschoenen en een zaklamp Bewaar de lampen in een stevig doosje, zodat het glas en de contacten niet beschadigd raken. Noteer eventueel op het doosje welke lamp voor de auto, caravan, aanhanger of fietsendrager bedoeld is. Een lamp veilig vervangen Zet de combinatie op een veilige plaats en schakel de verlichting en motor uit voordat je een lamp vervangt. Laat een lamp die net heeft gebrand eerst afkoelen. Gloeilampen kunnen erg heet worden. Verwijder de kap of lichtunit volgens de handleiding en let op pakkingen en afdichtingen. Plaats de nieuwe lamp zonder de contacten te verbuigen. Bij bepaalde lampsoorten is het verstandig het glas niet met blote vingers aan te raken. Monteer de lichtunit weer goed en controleer direct of de lamp werkt. Kijk ook of de afdichting netjes zit, zodat er later geen water in de unit komt. Ga voorbereid met caravan of aanhanger op vakantie Een standaard lampendoosje voor de auto bevat niet automatisch de juiste lampen voor de caravan, aanhanger of fietsendrager. Controleer daarom vóór vertrek alle lichtunits en noteer de gebruikte fittingen, spanningen en wattages. Neem voor iedere belangrijke vervangbare lamp minimaal één passend reserve-exemplaar mee. Voeg ook de juiste zekeringen en het benodigde gereedschap toe. Daarmee kun je een eenvoudig defect onderweg vaak snel verhelpen en voorkom je dat je vakantie onnodig wordt onderbroken. Bekijk ons assortiment autolampen en reservelampensets voor verschillende lampen en complete sets. Voor onderdelen rond de verlichting van het getrokken voertuig kun je ook terecht bij onze aanhangwagenverlichting. Controleer altijd of het gekozen lampje overeenkomt met de fitting en specificaties van jouw auto, caravan of aanhanger.
Verlengkabel voor elektrische BBQ kiezen: hier let je op
Een elektrische barbecue is makkelijk in gebruik: stekker in het stopcontact, temperatuur instellen en grillen maar. Het snoer van de barbecue is alleen niet altijd lang genoeg om het dichtstbijzijnde stopcontact te bereiken. Een verlengkabel biedt dan uitkomst, maar niet ieder verlengsnoer is geschikt voor deze toepassing. Een elektrische barbecue gebruikt vaak langdurig een behoorlijk hoog vermogen. Daarnaast wordt de kabel buiten gebruikt, waar hij te maken kan krijgen met zonlicht, vocht, vuil en beschadiging. In deze blog lees je waarop je moet letten bij het kiezen van een veilige en geschikte verlengkabel voor je elektrische BBQ. Controleer eerst het vermogen van de barbecue Kijk voordat je een verlengkabel kiest naar het vermogen van de elektrische barbecue. Dit staat op het typeplaatje, de verpakking of in de handleiding en wordt aangegeven in watt. Compacte tafelbarbecues hebben vaak een lager vermogen dan grote elektrische barbecues met een deksel en meerdere verwarmingselementen. Veel elektrische barbecues gebruiken tussen ongeveer 1.500 en 2.500 watt. Het exacte verbruik verschilt per model. De verlengkabel moet geschikt zijn voor minimaal het vermogen en de stroomsterkte van de barbecue. Kijk daarom niet alleen naar de lengte en de stekkers, maar ook naar de maximale belasting die op de kabel, contrastekker of kabelhaspel staat. Een gangbare geaarde verlengkabel kan bijvoorbeeld zijn aangeduid voor maximaal 16 ampère en ongeveer 3.680 watt bij 230 volt. Gebruik altijd de laagste maximale waarde van de volledige aansluiting. De barbecue, verlengkabel, stekkerdoos en het stopcontact moeten allemaal geschikt zijn voor de belasting. Kies altijd een geaarde verlengkabel Een elektrische barbecue heeft meestal een geaarde stekker. Gebruik daarom ook een verlengkabel met randaarde. Je herkent deze aan de metalen aardcontacten aan de zijkanten van de stekker en contrastekker. De beschermingsaarde helpt voorkomen dat aanraakbare metalen delen onder spanning blijven staan wanneer er in het apparaat een defect ontstaat. Gebruik geen ongeaarde verlengkabel, platte eurostekker of adapter waarmee de aarde wordt onderbroken. Controleer ook of de contrastekker stevig om de stekker van de barbecue sluit. Een losse aansluiting kan extra elektrische weerstand veroorzaken en daardoor warm worden. Gebruik een verlengkabel die geschikt is voor buiten Een huishoudelijk verlengsnoer voor binnen is niet automatisch geschikt voor gebruik in de tuin. Binnenkabels en normale stekkerdozen zijn vaak onvoldoende beschermd tegen regen, spatwater, dauw en vuil. Kies daarom een verlengkabel waarop duidelijk staat dat deze geschikt is voor buitengebruik. Voor tijdelijk gebruik buiten wordt doorgaans minimaal een IP44-bescherming gekozen. IP44 betekent dat de aansluiting bescherming biedt tegen voorwerpen groter dan één millimeter en tegen spatwater uit verschillende richtingen. Ook een IP44-aansluiting mag je niet in een plas, nat gras of tijdens zware regen laten liggen. Plaats de koppeling bij voorkeur op een verhoogde, droge en beschutte plek. Houd hem ruim uit de buurt van de barbecue, zodat vet, hitte en gemorste vloeistoffen niet op de aansluiting terechtkomen. Let op het type kabelmantel Voor regelmatig of zwaarder buitengebruik is een rubberen buitenkabel vaak een goede keuze. Een veelgebruikt kabeltype is H07RN-F. Dit type kabel is flexibel en ontworpen voor gebruik onder zwaardere omstandigheden, waaronder vochtige en wisselende weersomstandigheden. Controleer altijd de productspecificaties. Niet iedere zwarte of rubberachtig aanvoelende kabel heeft automatisch dezelfde eigenschappen. Op de buitenmantel staat meestal een kabelcode met informatie over de constructie en het aantal aders. Voor een elektrische barbecue heb je een drieaderige kabel nodig. De aanduiding bevat dan bijvoorbeeld 3G1,5 of 3G2,5. De letter G geeft aan dat de kabel een geel-groene aardader bevat. Welke aderdikte heb je nodig? De aderdikte wordt uitgedrukt in vierkante millimeters. Bij verlengkabels komen onder andere 1,5 mm² en 2,5 mm² voor. Een dikkere ader heeft minder elektrische weerstand en geeft daardoor bij dezelfde lengte en belasting minder spanningsverlies en warmteontwikkeling. Een kwalitatief goede verlengkabel van 3G1,5 kan, afhankelijk van de constructie, lengte en productspecificaties, geschikt zijn voor veel elektrische barbecues. Controleer daarbij altijd de maximale belasting die de fabrikant op de kabel vermeldt. Voor een langere kabel, een zware elektrische barbecue of regelmatig langdurig gebruik is 3G2,5 een robuustere keuze. De dikkere aders beperken het spanningsverlies en bieden meer marge bij een hoge belasting. Kies niet uitsluitend op basis van de laagste prijs. Erg dunne kabels kunnen bij langdurig gebruik warm worden en veroorzaken over een grotere afstand meer spanningsverlies. Een elektrische barbecue is door zijn verwarmingselement een zwaardere belasting dan bijvoorbeeld een telefoonlader of ledlamp. Kies geen onnodig lange kabel Gebruik bij voorkeur de kortste kabel waarmee je de barbecue veilig kunt bereiken. Iedere extra meter kabel voegt weerstand toe. Bij een zeer lange kabel kan daardoor meer spanningsverlies ontstaan. Een kabel van tien meter is praktisch wanneer het buitenstopcontact redelijk dichtbij zit. Staat de barbecue verder in de tuin, dan kun je een langere kabel nodig hebben. Kies bij grotere lengtes bij voorkeur een kabel met een royale aderdikte. Voorkom dat je meerdere korte verlengkabels achter elkaar aansluit. Iedere extra koppeling vormt een mogelijk zwak punt en kan buiten worden blootgesteld aan vocht of vuil. Gebruik liever één geschikte, doorlopende kabel met de juiste lengte. Rol een kabelhaspel volledig af Gebruik je een kabelhaspel, rol de kabel dan altijd helemaal af voordat je de elektrische barbecue inschakelt. Dit geldt ook wanneer je maar een paar meter kabel nodig hebt. Een kabel produceert tijdens het gebruik warmte. Wanneer een groot deel strak op de haspel blijft zitten, kan deze warmte onvoldoende worden afgevoerd. De kabel kan daardoor te heet worden. Bij sommige kabelhaspels grijpt een thermische beveiliging in, maar daar mag je niet volledig op vertrouwen. Op het typeplaatje van een kabelhaspel staan vaak twee maximale vermogens: Het maximale vermogen wanneer de kabel volledig is afgerold Het veel lagere maximale vermogen wanneer de kabel opgerold blijft Een elektrische barbecue kan meer vermogen gebruiken dan bij opgerold gebruik is toegestaan. Volledig afrollen is daarom de veiligste keuze. Sluit geen andere zware apparaten aan Heeft de kabelhaspel of stekkerdoos meerdere aansluitingen? Dat betekent niet dat je naast de barbecue onbeperkt andere apparaten kunt aansluiten. Het gezamenlijke vermogen van alle apparaten loopt door dezelfde kabel en stekker. Sluit daarom niet tegelijkertijd een elektrische barbecue, terrasverwarmer, waterkoker en zware koelbox aan op dezelfde verlengkabel. De maximale belasting kan dan snel worden overschreden. Een telefoonlader of kleine luidspreker gebruikt aanzienlijk minder vermogen, maar controleer ook dan het totaal. Voor de duidelijkste en veiligste opstelling gebruik je de verlengkabel bij voorkeur uitsluitend voor de barbecue. Leg de kabel veilig door de tuin Leg de verlengkabel zo neer dat niemand erover struikelt en dat hij niet door een deur, raam of tuinhek wordt afgekneld. Laat geen stoelen, tafelpoten of de wielen van de barbecue op de kabel staan. Bescherm de kabel tegen: Scherpe randen en stenen Hete delen van de barbecue Vet en hete vloeistoffen Grasmaaiers en ander tuingereedschap Spelende kinderen en huisdieren Voertuigen en zware tuinmeubelen Leg overtollige kabel niet op of vlak naast de barbecue. Houd voldoende afstand tot de kuip, het verwarmingselement en andere warme oppervlakken. Trek de kabel ook niet strak. Er moet voldoende ruimte zijn om de barbecue te gebruiken zonder dat de stekkerverbinding onder spanning komt te staan. Gebruik een stopcontact met aardlekbeveiliging Buitengebruik brengt een groter risico op contact met vocht met zich mee. Sluit de barbecue daarom aan op een geaard stopcontact dat wordt beschermd door een aardlekschakelaar. Bij oudere woningen is niet altijd direct duidelijk hoe een buitenstopcontact is aangesloten. Laat de installatie bij twijfel controleren. Een verplaatsbare aardlekbeveiliging kan aanvullende bescherming bieden, maar vervangt geen veilige elektrische installatie, intacte kabel of geschikte buitenstekker. Schakelt de aardlekschakelaar of installatieautomaat tijdens het barbecueën uit? Schakel de stroom dan niet steeds opnieuw in zonder de oorzaak te onderzoeken. Er kan sprake zijn van overbelasting, vocht, kabelschade of een defect in de barbecue. Controleer kabel en stekkers voor gebruik Bekijk de verlengkabel voordat je de barbecue aansluit. Gebruik hem niet bij scheuren, deuken, verkleuring of zichtbare aders. Controleer ook of de stekker en contrastekker niet los, vervormd of beschadigd zijn. Stop direct met barbecueën wanneer je een van de volgende signalen opmerkt: De kabel of stekker wordt opvallend heet Je ruikt verbrand kunststof De aansluiting knettert of zoemt De stekker zit los in de contrastekker De zekering of aardlekschakelaar valt uit De kabelmantel wordt zacht of verkleurt Pak een hete of beschadigde verbinding niet zomaar vast. Schakel zo nodig eerst de betreffende stroomgroep uit en trek daarna de stekker uit het stopcontact. Laat de kabel niet buiten liggen Ruim de verlengkabel na het barbecueën weer op. Langdurige blootstelling aan zonlicht, regen, dauw en temperatuurwisselingen kan de materialen laten verouderen. Ook kabels die geschikt zijn voor buitengebruik blijven langer goed wanneer je ze schoon en droog opbergt. Trek altijd aan de stekker en niet aan het snoer. Laat de kabel eerst afkoelen en drogen voordat je hem ruim oprolt. Vermijd scherpe knikken en bewaar de kabel op een droge plaats. De juiste verlengkabel voor je elektrische barbecue Voor een elektrische barbecue kies je een geaarde verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik en het volledige vermogen van de barbecue aankan. Controleer de maximale belasting, IP-classificatie, kabelmantel, lengte en aderdikte. Een kabel van 3G1,5 kan geschikt zijn wanneer de fabrikant dit voor de betreffende lengte en belasting aangeeft. Voor langere afstanden, zwaardere barbecues of langdurig gebruik biedt 3G2,5 meer marge. Gebruik bij voorkeur één doorlopende kabel en rol een kabelhaspel altijd volledig af. Bekijk ons assortiment verlengkabels en controleer bij ieder product of de kabel geschikt is voor buitengebruik en voor het vermogen van jouw elektrische barbecue. Met de juiste kabel kun je veilig en zorgeloos buiten grillen.
Startkabels gebruiken: zo start je veilig een auto met lege accu
Een auto die niet meer wil starten door een lege accu komt altijd ongelegen. Met een goede set startkabels en een tweede voertuig kun je de auto vaak weer aan de praat krijgen. Het is daarbij belangrijk dat je de kabels in de juiste volgorde aansluit. Verkeerd gebruik kan vonken veroorzaken en in het slechtste geval schade opleveren aan de accu of de elektronica van de auto. In deze blog lees je hoe je startkabels veilig gebruikt, welke kabel waarop moet worden aangesloten en wat je moet doen nadat de motor weer draait. Wanneer heb je startkabels nodig? Startkabels gebruik je wanneer de startaccu onvoldoende spanning of capaciteit heeft om de startmotor rond te laten draaien. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de verlichting is blijven branden, de auto lange tijd heeft stilgestaan of de accu door kou minder goed presteert. Een lege accu herken je vaak aan één of meer van de volgende verschijnselen: De startmotor draait langzaam of helemaal niet. Je hoort alleen een klikkend geluid bij het starten. De dashboardverlichting brandt zwak of valt uit. De centrale vergrendeling reageert niet meer. Elektrische accessoires werken niet of nauwelijks. Startkabels helpen alleen wanneer het startprobleem daadwerkelijk door een zwakke accu wordt veroorzaakt. Bij een defecte startmotor, een brandstofprobleem of een andere technische storing lossen startkabels het probleem niet op. Controleer eerst of startkabels veilig gebruikt kunnen worden Voordat je begint, controleer je beide voertuigen en de accu’s. Gebruik geen startkabels wanneer een accu zichtbaar beschadigd, vervormd, lekkend of bevroren is. Een beschadigde accu kan gevaarlijk zijn. Controleer ook of beide voertuigen dezelfde nominale boordspanning gebruiken. De meeste personenauto’s hebben een 12V-systeem. Grotere bedrijfswagens en vrachtwagens kunnen een 24V-systeem hebben. Verbind nooit zomaar een 12V- en 24V-systeem met elkaar. Lees bij moderne auto’s altijd de handleiding. Sommige voertuigen hebben speciale startpunten onder de motorkap. De accu kan bijvoorbeeld in de kofferbak of onder een afdekplaat zijn gemonteerd, terwijl de fabrikant aparte aansluitpunten voor starthulp heeft aangebracht. Bij hybride en elektrische auto’s gelden vaak specifieke instructies. De grote aandrijfaccu wordt niet met normale startkabels gestart. Sommige modellen hebben wel een kleine 12V-accu die ondersteuning nodig kan hebben. Volg hierbij altijd de aanwijzingen van de fabrikant. Kies geschikte startkabels Niet iedere set startkabels is geschikt voor iedere auto. Dunne kabels kunnen bij een hoge startstroom sterk opwarmen en veroorzaken extra spanningsverlies. Voor grotere motoren, vooral dieselmotoren, zijn dikkere kabels aan te raden. Let bij het kiezen van startkabels op: De kabeldikte of doorsnede De maximale stroomsterkte De lengte van de kabels De kwaliteit van de accuklemmen De isolatie van kabels en handgrepen De geschiktheid voor benzine- of dieselmotoren Langere kabels geven meer ruimte om de voertuigen neer te zetten, maar kunnen bij dezelfde kabeldikte meer weerstand hebben. Kies daarom niet alleen op lengte, maar ook op de doorsnede van de kabel. Goede klemmen moeten stevig op de aansluitpunten blijven zitten en voldoende metaalcontact maken. In ons assortiment startkabels vind je verschillende uitvoeringen voor personenauto’s en andere voertuigen. Zet de voertuigen veilig neer Plaats de auto met de volle accu dicht genoeg bij de auto met de lege accu, zodat de startkabels zonder spanning op de kabels kunnen worden aangesloten. De voertuigen mogen elkaar niet raken. Zet beide auto’s in de parkeerstand of neutraal en trek de handrem aan. Schakel de motoren uit en verwijder bij voorkeur de sleutels. Zet alle elektrische verbruikers uit, zoals: Verlichting Radio en multimediasysteem Stoelverwarming Achterruitverwarming Airconditioning en ventilator Telefoonladers en andere accessoires Open daarna de motorkappen en zoek de plus- en minpunten op. De pluspool is meestal gemarkeerd met een plusteken en vaak voorzien van een rode afdekking. De minpool is gemarkeerd met een minteken. In welke volgorde sluit je startkabels aan? De juiste volgorde is belangrijk. De rode kabel is voor de plusaansluitingen. De zwarte kabel is voor de minaansluiting en het massapunt. Sluit de kabels als volgt aan: Sluit één rode klem aan op de pluspool van de lege accu. Sluit de andere rode klem aan op de pluspool van de volle accu. Sluit één zwarte klem aan op de minpool van de volle accu. Sluit de laatste zwarte klem aan op een geschikt massapunt van de auto met de lege accu. Een massapunt is een stevig, ongeverfd metalen deel van de motor of carrosserie. Gebruik bij voorkeur het speciale massapunt dat in de handleiding van de auto wordt aangegeven. De laatste zwarte klem wordt dus bij voorkeur niet rechtstreeks op de minpool van de lege accu geplaatst. Bij het maken van de laatste verbinding kan een kleine vonk ontstaan. Door deze verbinding op enige afstand van de accu te maken, verklein je het risico dat een vonk in de buurt van accugassen ontstaat. Let op dat de klemmen elkaar niet raken Zodra een deel van de kabels is aangesloten, mogen de metalen klemmen elkaar niet meer raken. Laat de rode plusklem ook geen metalen deel van de carrosserie aanraken. Dit kan kortsluiting veroorzaken. Controleer of alle klemmen stevig vastzitten en niet kunnen losschieten zodra de motor begint te trillen. Zorg ook dat de kabels niet in de buurt van ventilatoren, riemen of andere bewegende onderdelen liggen. Let op dat sommige ventilatoren automatisch kunnen inschakelen, zelfs wanneer de motor nog niet draait. Houd handen, kleding en kabels daarom altijd uit de buurt van bewegende motordelen. De auto met de lege accu starten Wanneer alle startkabels correct zijn aangesloten, kun je de auto met de volle accu starten. Laat deze motor kort draaien. Bij sommige voertuigen kan een licht verhoogd stationair toerental helpen, maar volg hierbij de instructies uit de handleiding. Probeer daarna de auto met de lege accu te starten. Laat de startmotor niet te lang achter elkaar draaien. Een startpoging van enkele seconden is meestal voldoende. Wacht na een mislukte poging even voordat je het opnieuw probeert. Blijf niet eindeloos doorstarten. Wanneer de auto na een paar pogingen niet aanslaat, kan er meer aan de hand zijn dan alleen een lege accu. Controleer de aansluitingen en schakel zo nodig professionele hulp in. Geef tijdens het starten niet onnodig veel gas met het hulpvoertuig. Moderne auto’s bevatten gevoelige elektronische systemen en grote spanningswisselingen zijn ongewenst. Startkabels in de juiste volgorde verwijderen Wanneer de auto met de lege accu is gestart, laat je beide motoren nog even draaien. Verwijder daarna de kabels in omgekeerde volgorde. Dat betekent: Verwijder de zwarte klem van het massapunt van de gestarte auto. Verwijder de zwarte klem van de minpool van de hulpauto. Verwijder de rode klem van de pluspool van de hulpauto. Verwijder als laatste de rode klem van de pluspool van de gestarte auto. Voorkom ook tijdens het verwijderen dat de klemmen elkaar of andere metalen onderdelen raken. Houd de kabels uit de buurt van bewegende onderdelen en berg ze pas op wanneer alle klemmen zijn losgekoppeld. Wat moet je doen nadat de auto gestart is? Zet de motor van de gestarte auto niet direct weer uit. De accu heeft tijd nodig om bij te laden. Een korte rit is vaak beter dan de auto lange tijd stationair laten draaien, maar de dynamo is niet bedoeld om een volledig lege of defecte accu telkens opnieuw volledig op te laden. Rijd bij voorkeur een redelijke afstand zonder onnodig veel elektrische verbruikers in te schakelen. Houd er rekening mee dat één rit niet altijd genoeg is om een sterk ontladen accu volledig te herstellen. Laat de accu controleren wanneer het probleem terugkomt. Een accu kan versleten zijn of de auto kan een probleem hebben met het laadsysteem. Ook lekstroom kan ervoor zorgen dat de accu tijdens stilstand leegloopt. Wanneer de auto direct na het uitschakelen opnieuw niet start, is nader onderzoek verstandig. Blijven doorrijden met een slechte accu kan ertoe leiden dat je korte tijd later opnieuw stil komt te staan. Veelgemaakte fouten bij het gebruik van startkabels Een van de gevaarlijkste fouten is het verwisselen van plus en min. Dit kan kortsluiting en ernstige schade aan elektronische onderdelen veroorzaken. Controleer daarom altijd de symbolen op de accu en vertrouw niet alleen op de kleur van een afdekking. Andere veelgemaakte fouten zijn: Te dunne startkabels gebruiken De laatste zwarte klem op de lege accu aansluiten Beschadigde kabels of losse klemmen gebruiken De klemmen tijdens het aansluiten tegen elkaar laten komen Kabels over bewegende motordelen leggen Verschillende boordspanningen met elkaar verbinden Blijven starten terwijl de kabels heet worden De voertuigen elkaar laten raken De instructies van de autofabrikant negeren Voel je dat de kabels of klemmen erg heet worden, stop dan met starten. Hitte kan wijzen op te dunne kabels, slecht contact of een te hoge belasting. Kun je iedere auto als hulpauto gebruiken? Niet ieder voertuig mag zomaar als hulpauto worden gebruikt. Bij sommige moderne auto’s adviseert de fabrikant om geen andere auto te starten via de eigen accu. Dit kan te maken hebben met het accumanagement, gevoelige elektronica of de locatie van de accu. Een kleine auto is bovendien niet altijd geschikt om een grote dieselmotor te starten. Het verschil in benodigde startstroom kan aanzienlijk zijn. Een draagbare jumpstarter kan in sommige situaties een alternatief zijn. Hiermee heb je geen tweede voertuig nodig. Ook bij een jumpstarter moet je de juiste aansluitvolgorde en instructies van de fabrikant volgen. Startkabels veilig bewaren Berg startkabels droog en schoon op. Controleer af en toe of de isolatie nog intact is en of de klemmen niet zijn gecorrodeerd. Beschadigde kabels moet je niet met tape proberen te repareren wanneer de geleider of klem ernstig is aangetast. Bewaar de kabels bij voorkeur in een tas of koffer in de auto. Zo blijven de klemmen beschermd en raken de kabels minder snel in de knoop. Zorg dat je ze eenvoudig kunt bereiken en leg ze niet onder een volle bagageruimte. Veilig starten met de juiste voorbereiding Met geschikte startkabels kun je een auto met een lege accu vaak snel weer starten. Controleer eerst de spanning en de toestand van beide accu’s. Sluit daarna rood op plus aan en gebruik de zwarte kabel tussen de minpool van de hulpauto en een massapunt van de auto met de lege accu. Werk rustig, controleer iedere aansluiting en houd de kabels uit de buurt van bewegende onderdelen. Verwijder de startkabels na het starten in omgekeerde volgorde. Wanneer de accu vaker leeg is, laat je de accu en het laadsysteem controleren. Zo voorkom je dat een tijdelijk startprobleem zich blijft herhalen.
Goedekabels.nl - Dé online kabelshop voor alle kabels & accessoires
Je kunt tegenwoordig overal kabels kopen, in een winkel en natuurlijk online. Wij onderscheiden ons op de belangrijkste punten: Kwaliteit, Prijs en Levertijd. We hebben geen 100.000 artikelen, maar je vindt bij ons wel snel wat jij nodig hebt: gewoon een goede kabel voor een goede prijs. We leveren onze producten vanuit ons eigen magazijn en als je ze voor 16:30 besteld worden je kabels meestal de volgende dag al geleverd.
We zijn zo transparant mogelijk. Je kunt eenvoudig alle specificaties met elkaar vergelijken en kiest de kabel die je nodig hebt. En omdat we goede afspraken met onze leveranciers hebben koop je bij ons ook nog eens voor de scherpste prijs.
Natuurlijk vind je in ons assortiment niet alleen kabels, maar ook andere artikelen, bijvoorbeeld ophangbeugels voor TV's of USB sticks. Ook hierbij hanteren we hetzelfde principe: eenvoudig te vinden, te vergelijken en snel in huis. En twijfel je nog? Weet dan dat je bij ons gewoon 14 dagen bedenktijd hebt.

