Nieuw in ons assortiment
4 meter Gembird Type 2 laadkabel – 16A – 1-fase – 3,7 kW – Zwart
Kies je optie
50 centimeter Type 2 adapterkabel naar Type E stopcontact met penaarde – 16A – 3,7 kW – Gembird
Kies je optie
4 meter Type 2 laadkabel – 32A 3-fase – 22 kW – Gembird
Kies je optie
8 meter Type 2 laadkabel – 16A 3-fase – 11 kW – Gembird
Kies je optie
4 meter Type 2 laadkabel – 16A 3-fase – 11 kW – Gembird
Kies je optie
8 meter Type 2 laadkabel – 16A 1-fase – 3,7 kW – Gembird
Kies je optie
3 meter Goobay Ultra96 HDMI 2.2 Kabel – 16K 60Hz, 96 Gbit/s – Zwart/Zilver
Kies je optie
2 meter Goobay Ultra96 HDMI 2.2 Kabel – 16K 60Hz, 96 Gbit/s – Zwart/Zilver
Kies je optie
1 meter Goobay Ultra96 HDMI 2.2 Kabel – 16K 60Hz, 96 Gbit/s – Zwart/Zilver
Kies je optie
50 cm Goobay Ultra96 HDMI 2.2 Kabel – 16K 60Hz, 96 Gbit/s – Zwart/Zilver
Kies je optie
Kies je optie
1,5 meter InLine High Speed HDMI-kabel met Ethernet – HDMI-A male naar male – 4K 60 Hz - Zwart
Kies je optie
Handige tips in onze blogs
Halloweenverlichting veilig aansluiten: kabels, timers en stekkerdozen
Halloween is allang niet meer alleen een Amerikaans feest. Ook in Nederland worden steeds meer huizen, tuinen en opritten versierd met lichtgevende pompoenen, spoken, skeletten en andere decoratie. Dat ziet er leuk uit, maar zodra verlichting en elektrische decoratie worden gebruikt, krijg je automatisch te maken met kabels, stekkerdozen en verlengkabels. Met een paar eenvoudige maatregelen voorkom je dat snoeren door een looproute liggen, stekkerverbindingen nat worden of één stopcontact te zwaar wordt belast. Zo blijft Halloween vooral gezellig en spannend, zonder onnodige elektrische risico’s. Begin bij de plek waar je gaat versieren Maak voordat je alles aansluit eerst een klein plan. Kijk waar de decoratie komt te staan en waar het dichtstbijzijnde stopcontact zit. Denk daarbij aan: Welke decoratie stroom nodig heeft Of de verlichting binnen of buiten wordt gebruikt Hoeveel stopcontacten je nodig hebt Of kabels een looppad moeten kruisen Hoe lang de benodigde verlengkabel moet zijn Door vooraf te kijken waar alles komt, voorkom je dat er uiteindelijk drie verlengkabels en twee stekkerdozen achter elkaar nodig zijn. Gebruik buiten alleen geschikte kabels en stekkerdozen Een verlengkabel of stekkerdoos voor binnenshuis is niet automatisch geschikt voor buiten. Buiten krijg je te maken met vocht, regen, vuil en temperatuurverschillen. Controleer daarom altijd of de kabel, stekkerdoos en eventuele koppelingen geschikt zijn voor buitengebruik. Kijk onder andere naar de IP-classificatie en de informatie van de fabrikant. Plaats stekkerverbindingen waar mogelijk beschut en niet rechtstreeks op de grond. Ook een spatwaterbestendige verbinding leg je liever niet in een plas of op een plek waar regenwater blijft staan. Leg geen losse kabels over het tuinpad Met Halloween lopen er mogelijk meer mensen dan normaal langs je huis. Denk aan kinderen die langs de deur komen of bezoekers die in het donker naar binnen lopen. Een zwarte verlengkabel over een donker tuinpad is dan gemakkelijk over het hoofd te zien. Probeer kabels daarom: Langs een muur of schutting te leiden Buiten de normale looproute te leggen Met geschikte clips vast te zetten Met een kabelbeschermer af te dekken wanneer een route toch gekruist moet worden Span een kabel ook niet strak boven de grond. Daarmee verander je hem juist in een struikeldraad. Stekkerdoos of langere verlengkabel? Moet je één verlichtingsobject aansluiten dat enkele meters verder staat? Dan is één verlengkabel met voldoende lengte meestal de netste oplossing. Heb je op één plek meerdere decoraties, dan kan een geschikte stekkerdoos praktischer zijn. Voorkom echter dat je meerdere stekkerdozen achter elkaar aansluit om steeds verder van het stopcontact te komen. Iedere extra verbinding is een extra plek waar een slecht contact, beschadiging of vochtproblemen kunnen ontstaan. Let op het totale vermogen LED-Halloweenverlichting gebruikt meestal relatief weinig stroom. Toch is het verstandig om het totale opgenomen vermogen van alle aangesloten apparaten te controleren. Dat geldt vooral wanneer je naast verlichting ook andere elektrische apparatuur gebruikt, zoals: Rookmachines Elektrische bewegende decoratie Projectoren Geluidsapparatuur Elektrische verwarming op een terras Tel het vermogen bij elkaar op en controleer de maximale belasting van de stekkerdoos, verlengkabel en gebruikte stroomgroep. Een stekkerdoos waarop staat dat maximaal 16 ampère mag worden aangesloten, betekent bovendien niet dat het verstandig is om hem bij iedere toepassing continu maximaal te belasten. Een schakelklok is ideaal voor Halloweenverlichting Halloweenverlichting hoeft meestal niet de hele nacht te blijven branden. Met een schakelklok kun je de decoratie automatisch in- en uitschakelen. Je kunt bijvoorbeeld instellen dat de verlichting rond het begin van de avond aangaat en later automatisch weer uitgaat. Dat heeft meerdere voordelen: Je hoeft de verlichting niet handmatig uit te zetten De decoratie blijft niet onnodig de hele nacht branden Je gebruikt minder elektriciteit De verlichting staat iedere avond automatisch op hetzelfde moment aan Gebruik buiten uiteraard een schakelklok die daar geschikt voor is. LED-verlichting is praktisch voor decoratie LED-verlichting is bijzonder geschikt voor tijdelijke feestverlichting. LEDs gebruiken relatief weinig elektriciteit en produceren minder warmte dan oudere gloeilampen. Dat maakt ze handig voor bijvoorbeeld lichtslingers, pompoenen en decoratieve lampen. Toch kunnen voedingen, adapters en bepaalde armaturen warm worden. Bedek deze daarom niet met stof, bladeren, papier of andere decoratiematerialen. Pas op met echte kaarsen tussen kabels en decoratie Een echte kaars in een uitgeholde pompoen ziet er traditioneel uit, maar open vuur vraagt extra aandacht. Zet brandende kaarsen niet vlak bij verlengkabels, kunststof versiering of droge decoratiematerialen. LED-kaarsen zijn voor veel Halloweenversiering een eenvoudig alternatief. Ze worden niet heet zoals een vlam en kunnen veilig worden gebruikt op veel plekken waar een echte kaars minder verstandig is. Laat echte kaarsen nooit onbeheerd branden. Controleer verlengkabels vóór gebruik Halloweenversiering wordt vaak maar één keer per jaar uit de opslag gehaald. Hetzelfde geldt soms voor verlengkabels en lichtsnoeren. Controleer daarom voordat je alles aansluit: Of de kabelmantel nog onbeschadigd is Of stekkers niet los of gebarsten zijn Of er geen koperen geleiders zichtbaar zijn Of kabels niet sterk geknikt zijn Of buitenstekkers en afdichtingen nog in goede staat zijn Gebruik een beschadigde kabel niet omdat hij “maar één avond” nodig is. Vervang hem door een goed exemplaar. Gebruik kabelhaspels volledig uitgerold bij hogere belasting Gebruik je een kabelhaspel voor de stroomvoorziening? Rol deze bij een hogere belasting volledig uit. Wanneer een lange kabel strak opgerold blijft, kan warmte minder gemakkelijk worden afgevoerd. Bij een hoge stroom kan de kabel daardoor warmer worden. Voor een paar kleine LED-lampjes zal het vermogen meestal beperkt zijn, maar zodra meerdere apparaten op dezelfde haspel worden aangesloten is volledig uitrollen een goede gewoonte. Voorkom vocht bij adapters en voedingen Veel decoratieve verlichting werkt op een lagere spanning via een voedingsadapter. De verlichting zelf kan geschikt zijn voor buiten, terwijl de meegeleverde voeding alleen binnenshuis mag worden gebruikt. Controleer daarom niet alleen het lichtsnoer, maar ook: De adapter De connector tussen voeding en verlichting Eventuele bedieningseenheden De stekker Als één onderdeel alleen geschikt is voor binnen, mag je niet aannemen dat de hele set buiten kan worden gebruikt. Kabels bij opblaasbare Halloweenfiguren Grote opblaasbare spoken, pompoenen en andere figuren hebben vaak een kleine ventilator die continu moet draaien. Daardoor moet gedurende de hele gebruiksperiode stroom beschikbaar zijn. Let erop dat de voedingskabel niet strak staat wanneer het object door wind beweegt. Zet de decoratie goed vast en voorkom dat trekkracht via het snoer op de stekker terechtkomt. Gebruik ook hier alleen elektrische onderdelen die voor buitengebruik zijn bedoeld wanneer het figuur buiten staat. Decoratie aan de gevel? Denk aan de kabelroute Hang je verlichting rond een voordeur, raam of dakrand, bedenk dan vooraf hoe de stroomkabel naar het stopcontact loopt. Klem een kabel niet tussen een raam of deur. De isolatie kan hierdoor beschadigd raken, ook wanneer je dat aan de buitenkant niet direct ziet. Gebruik liever een bestaande doorvoer of plaats de voeding op een plek waar de kabel zonder beknelling naar buiten kan worden geleid. Halloween vieren zonder zelf alles te knutselen Behalve verlichting heb je natuurlijk nog genoeg andere manieren om het huis in Halloween-sfeer te brengen. Denk aan spinnenwebben, skeletten, pompoenen, hangdecoratie en tafeldecoraties. Voor wie nog inspiratie zoekt: bij Feest-vieren.nl vind je Halloween versiering voor het aankleden van huis, tuin of feestje. Door decoratie die geen stroom nodig heeft te combineren met een paar goed geplaatste lichteffecten, kun je bovendien met relatief weinig elektrische aansluitingen al een opvallend resultaat bereiken. Na Halloween alles weer netjes opbergen Na 31 oktober verdwijnen de spoken en pompoenen meestal weer naar zolder of de schuur. Rol kabels dan netjes en ruim op in plaats van ze strak om je hand te wikkelen of in scherpe knikken op te bergen. Maak buiten gebruikte kabels eerst schoon en laat ze goed drogen voordat ze in een afgesloten doos verdwijnen. Bewaar stekkerdozen, adapters en kabels bij voorkeur droog en controleer volgend jaar opnieuw de staat voordat je ze gebruikt. Een veilige én sfeervolle Halloweenavond Voor leuke Halloweenverlichting heb je geen ingewikkelde elektrische installatie nodig. Met een paar goede kabels, een geschikte stekkerdoos en eventueel een schakelklok kun je veel decoratie eenvoudig automatisch laten werken. Het belangrijkste is dat je de omstandigheden niet vergeet. Gebruik voor buiten geschikte producten, houd stekkerverbindingen droog, leg kabels buiten looproutes en controleer het maximale vermogen. Zo kun je op 31 oktober vooral bezig zijn met spoken, pompoenen en snoep in plaats van met een wirwar aan verlengkabels.
DIN-kabels uitgelegd: welke aansluiting heb je nodig?
DIN-kabels kom je vooral tegen bij oudere audioapparatuur, cassettedecks, versterkers, muziekapparatuur en bepaalde video- of computerverbindingen. De ronde stekkers zijn verkrijgbaar met verschillende aantallen pinnen en pinindelingen. Daardoor is het belangrijk om niet alleen naar de vorm van de connector te kijken, maar vooral naar het aantal contacten en de toepassing. In onze collectie DIN-kabels vind je onder andere 5-polige audiokabels en verloopkabels van DIN naar RCA. Deze worden veel gebruikt om oudere apparatuur met elkaar of met modernere audioapparatuur te verbinden. Wat is een DIN-connector? DIN is de naam die wordt gebruikt voor verschillende connectoren die volgens Duitse DIN-normen zijn gestandaardiseerd. De klassieke DIN-stekker is rond en bevat meerdere metalen pinnen. Er bestaan veel verschillende uitvoeringen, bijvoorbeeld met: 3 pinnen 4 pinnen 5 pinnen 6 pinnen 7 of meer pinnen Het aantal pinnen zegt op zichzelf nog niet waarvoor de stekker wordt gebruikt. De toepassing wordt bepaald door de pinindeling en de manier waarop het aangesloten apparaat de contacten gebruikt. De 5-polige DIN-stekker voor audio De 5-polige DIN-connector is waarschijnlijk de bekendste uitvoering. Deze aansluiting werd veel gebruikt bij analoge audioapparatuur, waaronder versterkers, cassettedecks, tuners en bandrecorders. Een 5-polige DIN-aansluiting kan meerdere audiosignalen via één connector doorgeven. Bij traditionele audioverbindingen kunnen bijvoorbeeld zowel linker- als rechterkanaal en signalen voor opname en weergave aanwezig zijn. Daardoor kon één kabel vroeger meerdere losse audiokabels vervangen. Je ziet deze aansluiting nog regelmatig op oudere apparatuur die technisch nog prima functioneert. Wat betekent 5-pins DIN 180°? Alleen zeggen dat een connector vijf pinnen heeft is niet altijd voldoende. De pinnen kunnen namelijk in verschillende hoeken ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De veelgebruikte 5-polige DIN-audiostekker heeft een zogenaamde 180°-indeling. De vijf pinnen liggen hierbij ongeveer in een halve cirkel. Er bestaan echter ook andere 5-polige DIN-indelingen. Een stekker met hetzelfde aantal contacten kan daardoor fysiek niet passen of elektrisch een andere functie hebben. Controleer bij vervanging daarom: Het aantal pinnen De plaats van de pinnen Male of female De toepassing van de aansluiting Alleen het uiterlijk van de ronde buitenkant vergelijken is niet voldoende. DIN male en DIN female Net als bij veel andere connectoren bestaan DIN-aansluitingen in male en female uitvoering. Een DIN male-connector heeft uitstekende metalen pinnen. Een DIN female-aansluiting heeft openingen waarin deze pinnen worden geplaatst. Bij losse kabels zie je vaak male connectoren aan beide uiteinden. Apparatuur heeft dan female aansluitingen. Er bestaan ook verlengkabels en adapters waarbij aan één kant een male en aan de andere kant een female connector zit. DIN naar RCA of tulp Veel moderne of iets nieuwere audioapparatuur gebruikt RCA-aansluitingen, ook wel tulp genoemd. Wil je een apparaat met DIN verbinden met apparatuur met RCA, dan kun je een DIN-naar-RCA-kabel gebruiken. In ons assortiment DIN-kabels vind je bijvoorbeeld 5-polige DIN-kabels naar twee of vier RCA-stekkers. Welke uitvoering je nodig hebt, hangt af van de functie van de DIN-aansluiting. Een kabel met twee RCA-stekkers wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt voor een stereo audiosignaal. Een uitvoering met vier RCA-stekkers kan zowel ingangs- als uitgangssignalen beschikbaar maken wanneer het apparaat dit via dezelfde DIN-aansluiting ondersteunt. Waarom heeft een DIN-naar-RCA-kabel soms vier tulpstekkers? Oudere audioapparatuur gebruikte regelmatig één 5-polige DIN-aansluiting voor zowel opnemen als afspelen. Daardoor lopen meerdere audiosignalen via dezelfde connector. Met een DIN-naar-4x-RCA-kabel worden deze signalen opgesplitst naar afzonderlijke RCA-stekkers. Je kunt dan bijvoorbeeld een linker- en rechterkanaal voor weergave én een linker- en rechterkanaal voor opname hebben. Let goed op de labels of kleuren van de RCA-stekkers. Niet iedere aansluiting is automatisch een uitgang. Wanneer je de verkeerde twee stekkers gebruikt, krijg je mogelijk geen geluid terwijl de kabel technisch wel goed is. Kun je DIN gebruiken voor MIDI? Ja. De klassieke MIDI-aansluiting gebruikt eveneens een 5-polige DIN-connector. MIDI wordt gebruikt om digitale besturingsinformatie tussen muziekinstrumenten en andere apparaten uit te wisselen. Denk bijvoorbeeld aan: Keyboards Synthesizers Drumcomputers MIDI-controllers Audio-interfaces Muziekcomputers Hoewel een MIDI-kabel fysiek dezelfde 5-polige DIN-vorm kan hebben als een audiokabel, betekent dat niet automatisch dat iedere DIN-audiokabel voor iedere MIDI-toepassing de beste keuze is. Bij traditionele MIDI worden bovendien niet alle vijf pinnen voor het datasignaal gebruikt. Controleer daarom altijd of de kabel specifiek geschikt is voor de gewenste toepassing. DIN-audio en MIDI zijn dus niet hetzelfde Een DIN-connector beschrijft vooral het fysieke aansluittype. Het signaal dat eroverheen loopt kan totaal verschillend zijn. Een 5-polige DIN-kabel kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor: Analoog stereogeluid Opname- en weergavesignalen MIDI-data Besturingssignalen Andere apparaatspecifieke verbindingen Een connector die fysiek past, is daarom geen garantie dat twee apparaten met elkaar kunnen communiceren. Wat is Mini-DIN? Naast de klassieke DIN-connector bestaat Mini-DIN. Zoals de naam al aangeeft, is deze aansluiting aanzienlijk kleiner. Een bekend voorbeeld is de 4-polige Mini-DIN-connector die voor S-Video werd gebruikt. Ook de ronde PS/2-aansluitingen voor oudere computermuizen en toetsenborden zijn Mini-DIN-connectoren. Mini-DIN is niet hetzelfde als de grotere klassieke DIN-stekker. Een gewone 5-polige DIN-kabel past bijvoorbeeld niet in een PS/2- of S-Video-aansluiting. DIN bij oudere audioapparatuur Heb je een oudere versterker, receiver, platenspeler of cassettedeck, dan is de kans aanwezig dat daar een DIN-aansluiting op zit. Vooral Europese audioapparatuur uit eerdere decennia maakte er veel gebruik van. Met de juiste verloopkabel kun je zo'n apparaat vaak nog steeds aansluiten op apparatuur met RCA-ingangen of -uitgangen. Controleer hierbij wel of je met een ingang of uitgang te maken hebt. Ook het signaalniveau kan verschillen tussen apparaten. Dat geldt bijvoorbeeld bij bepaalde platenspelers en microfoonaansluitingen. Kan een DIN-kabel stereo doorgeven? Ja. Een 5-polige DIN-audioverbinding kan stereogeluid doorgeven. Bij sommige traditionele schakelingen kunnen via dezelfde stekker zelfs aparte stereo in- en uitgangen worden aangesloten. Dat is een van de redenen dat DIN destijds aantrekkelijk was: meerdere signalen konden via één compacte aansluiting worden gecombineerd. De daadwerkelijke pinbezetting wordt echter door de toepassing bepaald. Controleer bij onbekende of bijzondere apparatuur de handleiding voordat je zelf een kabel maakt of een adapter gebruikt. Een DIN-kabel verlengen Heb je een bestaande DIN-kabel die te kort is, dan kun je deze in sommige situaties verlengen met een geschikte DIN-verlengkabel of koppeladapter. Voor analoge audio geldt net als bij andere signaalkabels dat je beter geen onnodig lange kabel gebruikt. Een zeer lange of slecht afgeschermde kabel kan gevoeliger zijn voor brom en andere storingen. Bij een vaste opstelling is één kabel van de juiste lengte meestal de netste oplossing. In de collectie van Goedekabels.nl zijn momenteel onder meer 5-polige DIN-audiokabels van 1,5, 2,5 en 5 meter verkrijgbaar. Let op de kwaliteit van een analoge audiokabel Bij een analoog audiosignaal is goede afscherming belangrijk. De kabel transporteert relatief kleine elektrische signalen die gevoelig kunnen zijn voor elektromagnetische storing. Leg een lange audiokabel daarom bij voorkeur niet strak langs: 230V-voedingskabels Transformatoren Motoren Voedingsadapters Andere sterke storingsbronnen Wanneer een kabel deze toch moet kruisen, is een kruising onder ongeveer 90 graden vaak gunstiger dan beide kabels langdurig parallel te laten lopen. Geen geluid na aansluiten? Krijg je na het aansluiten van een DIN-kabel geen geluid, dan hoeft de kabel niet direct defect te zijn. Controleer eerst: Of beide stekkers volledig zijn ingestoken Of je de juiste DIN-pinindeling gebruikt Of de aansluiting een ingang of uitgang is Of bij een DIN-naar-RCA-kabel de juiste RCA-stekkers worden gebruikt Of het aangesloten apparaat op de juiste bron is ingesteld Of de kabel daadwerkelijk voor audio bedoeld is Vooral bij een DIN-naar-4x-RCA-kabel kunnen de verkeerde RCA-stekkers gemakkelijk worden aangesloten. Wissel niet willekeurig alles om wanneer je niet weet welke uitgang waarvoor is, maar controleer eerst de markering of handleiding. Kan een DIN-stekker verkeerd om worden ingestoken? DIN-connectoren hebben normaal gesproken een uitsparing of geleiding waardoor de stekker maar op één manier correct past. Forceer een DIN-stekker nooit wanneer hij niet gemakkelijk in de aansluiting gaat. De dunne contactpinnen kunnen verbuigen. Controleer of de pinnen recht staan en of de connector correct is uitgelijnd. Een verbogen pin kun je soms voorzichtig herstellen, maar metaal dat meerdere keren wordt teruggebogen kan afbreken. Welke DIN-kabel heb je nodig? Kijk bij het kiezen niet alleen naar de ronde vorm van de stekker. Bepaal eerst precies welke aansluiting op beide apparaten aanwezig is. Controleer: Het aantal pinnen De pinindeling Male of female De functie van de aansluiting De gewenste lengte Of je DIN naar DIN of DIN naar RCA nodig hebt Voor oudere audioapparatuur is een 5-polige DIN-aansluiting veelvoorkomend. Wil je deze apparatuur verbinden met een versterker of ander apparaat met tulpaansluitingen, dan kan een DIN-naar-RCA-kabel de eenvoudigste oplossing zijn. Bekijk onze DIN-kabels voor 5-polige DIN-audiokabels en verschillende verloopkabels naar RCA. Door vooraf goed naar het aantal pinnen, de pinpositie en de functie van de aansluiting te kijken, voorkom je dat een stekker wel op DIN lijkt maar uiteindelijk niet bij je apparatuur past.
Antwoord van Karel Kabel: Wat is de ideale hoogte voor je monitor?
De bovenkant van je beeldscherm staat idealiter ongeveer op ooghoogte of iets daaronder. Zo kijk je tijdens het werken licht naar beneden en hoef je je nek niet voortdurend omhoog of omlaag te buigen. Bij een normale werkhouding ligt het midden van het scherm daardoor meestal iets onder je directe kijklijn. De exacte hoogte hangt af van je lichaamslengte, stoel, bureau en monitorformaat. Hoe stel je je monitor goed af? Ga eerst rechtop zitten zoals je normaal werkt. Kijk ontspannen vooruit en stel daarna de monitor zo af dat je niet met je hoofd hoeft te kantelen om het scherm goed te zien. Let daarnaast op: De bovenrand van het scherm ongeveer op ooghoogte Een kijkafstand van ongeveer een armlengte Het scherm recht voor je wanneer je één monitor gebruikt Zo min mogelijk reflecties van ramen en verlichting Werk je met een groot scherm, dan mag de bovenrand vaak iets hoger staan, zolang je niet voortdurend omhoog hoeft te kijken. Waarom is een monitorarm handig? Met een monitorarm kun je de hoogte, afstand en hoek van het scherm veel eenvoudiger aanpassen dan met een vaste monitorvoet. Dat is vooral handig wanneer meerdere mensen dezelfde werkplek gebruiken of wanneer je regelmatig wisselt tussen zitten en staan. Een goede monitorhoogte hoeft niet tot op de centimeter exact te zijn. Het belangrijkste is dat je ontspannen kunt kijken zonder je nek langdurig te buigen of te strekken.
Nacht van de Nacht: zo gebruik je buitenverlichting slimmer
Op zaterdag 24 oktober 2026 vindt de Nacht van de Nacht plaats. Tijdens deze jaarlijkse actie wordt aandacht gevraagd voor het belang van duisternis en het verminderen van onnodige verlichting. Door heel Nederland gaan lampen uit en worden activiteiten georganiseerd waarbij je kunt ervaren hoe donker de nacht eigenlijk kan zijn. Dat betekent natuurlijk niet dat alle buitenverlichting verkeerd is. Licht bij een oprit, schuur, achterdeur of bedrijfsterrein kan juist erg praktisch zijn. Het verschil zit vooral in hoe, wanneer en waar je het gebruikt. Met een goed geplaatste LED-schijnwerper, bewegingssensor of schakelklok kun je precies verlichten waar dat nodig is, zonder dat een tuin of gevel de hele nacht onnodig in het licht staat. Wat is de Nacht van de Nacht? De Nacht van de Nacht wordt georganiseerd door de Natuur en Milieufederaties. Bedrijven, gemeenten en particulieren worden aangemoedigd om onnodige verlichting uit te schakelen en aandacht te besteden aan lichtvervuiling. Het idee daarachter is eenvoudig: donker waar het kan en licht waar het nodig is. Kunstlicht in de nacht kan verder schijnen dan je misschien denkt. Een schijnwerper die grotendeels omhoog of opzij gericht staat, verlicht niet alleen de eigen oprit maar mogelijk ook de tuin van de buren, bomen en de lucht erboven. Een goede reden om rond de Nacht van de Nacht eens te kijken naar je eigen buitenverlichting. Moet buitenverlichting dan helemaal uit? Nee. Buitenverlichting heeft verschillende nuttige toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan: Veilig naar de voordeur kunnen lopen Een donkere oprit zichtbaar maken Verlichting bij een schuur of garage Een bedrijfsterrein verlichten wanneer er gewerkt wordt Een tuinpad of trap zichtbaar maken Het probleem ontstaat vooral wanneer verlichting veel langer brandt dan nodig is of een veel groter gebied verlicht dan waarvoor deze bedoeld is. Een lamp bij de achterdeur hoeft bijvoorbeeld niet vanaf zonsondergang tot zonsopkomst te branden wanneer je daar 's nachts vrijwel nooit komt. Gebruik een bewegingssensor Een van de eenvoudigste oplossingen is een lamp met bewegingssensor. Het licht blijft uit totdat iemand binnen het detectiegebied komt. Dat heeft verschillende voordelen: De verlichting brandt alleen wanneer deze nodig is Je hoeft geen lichtschakelaar te zoeken Je bespaart elektriciteit De omgeving blijft een groter deel van de nacht donker Een sensor werkt vooral goed bij een oprit, voordeur, achterdeur, garage of tuinpad. Stel de brandduur niet onnodig lang in. Voor het openen van een deur of lopen naar een garage zijn enkele minuten meestal voldoende. Stel het detectiegebied goed af Een bewegingssensor die verkeerd gericht staat, kan juist irritant worden. De verlichting kan dan aanspringen bij iedere voorbijrijdende auto, fietser of bewegende tak. Richt de sensor daarom vooral op het gebied waar daadwerkelijk beweging gedetecteerd moet worden. Controleer bijvoorbeeld of: De sensor niet rechtstreeks op de openbare weg gericht staat Bewegende struiken geen voortdurend alarm veroorzaken De verlichting niet steeds aangaat wanneer buren door hun eigen tuin lopen Het detectiebereik niet groter staat dan noodzakelijk Door zowel de sensor als de lamp goed af te stellen, gebruik je veel minder onnodig licht. Gebruik een schakelklok Niet iedere buitenlamp hoeft met een bewegingssensor te werken. Soms wil je bijvoorbeeld dat tuin- of gevelverlichting vanaf het donker worden tot een bepaald tijdstip blijft branden. Een schakelklok kan dan handig zijn. Je kunt bijvoorbeeld instellen dat verlichting om 18:00 uur inschakelt en om 23:00 uur weer uitgaat. Zo voorkom je dat decoratieve verlichting automatisch tot de volgende ochtend blijft branden. Bij een mechanische timer kun je meestal iedere dag hetzelfde schema gebruiken. Met een digitale schakelklok kun je vaak verschillende tijden per dag instellen. Richt een schijnwerper naar beneden Een krachtige LED-schijnwerper hoeft niet automatisch voor veel lichtvervuiling te zorgen. De richting van het licht is minstens zo belangrijk als het vermogen. Richt een schijnwerper zoveel mogelijk op het oppervlak dat je daadwerkelijk wilt verlichten. Bij een oprit betekent dat bijvoorbeeld dat het licht naar de grond en het terrein gericht wordt, in plaats van horizontaal richting de straat of omhoog richting de lucht. Hierdoor: Gebruik je het beschikbare licht efficiënter Hebben buren minder last van de lamp Wordt minder licht naar de hemel uitgestraald Kan een lager vermogen soms al voldoende zijn Meer watt is niet altijd beter Bij buitenverlichting wordt soms automatisch gekozen voor de krachtigste lamp. Maar een 100W LED-schijnwerper is niet nodig wanneer je alleen een klein tuinpad of de ruimte bij een achterdeur wilt verlichten. Te veel licht kan zelfs onprettig zijn. Een zeer felle lamp zorgt voor grote verschillen tussen licht en donker. Zodra je vervolgens buiten de lichtbundel kijkt, moeten je ogen opnieuw wennen. Kies daarom een lichtopbrengst die past bij de toepassing. Voor een kleine doorgang kan een relatief bescheiden lamp voldoende zijn. Voor een groot erf of werkterrein is uiteraard meer licht nodig. Let op de lichtkleur Ook de kleurtemperatuur van verlichting speelt een rol. Zeer koel wit licht bevat relatief veel blauw licht en kan voor mens en dier sterker opvallen. Voor plekken waar sfeer belangrijk is, kan warm wit licht prettiger zijn. Voor werkterreinen en andere plaatsen waar goed zicht belangrijk is, wordt vaak een wat neutralere lichtkleur gebruikt. De Nacht van de Nacht adviseert voor buitenverlichting waar mogelijk warm licht tot maximaal ongeveer 3000 kelvin te gebruiken. Nog belangrijker blijft echter dat de verlichting alleen brandt waar en wanneer deze werkelijk nodig is. Denk ook aan dieren in de tuin Een tuin is 's nachts niet leeg. Insecten, vogels, vleermuizen en andere dieren gebruiken de donkere uren om voedsel te zoeken, zich te verplaatsen of te rusten. Een lamp die de hele nacht op bomen, struiken of een vijver schijnt kan dat natuurlijke ritme verstoren. Probeer daarom donkere delen van de tuin te behouden. Verlicht bijvoorbeeld wel het pad naar de achterdeur, maar niet automatisch de volledige tuin. Een sensor en een goed afgeschermde lamp maken dat veel eenvoudiger. Voorkom licht bij de buren Een buitenlamp die voor jezelf prettig staat, kan vanuit een andere hoek rechtstreeks in een slaapkamerraam schijnen. Loop daarom na het plaatsen van een schijnwerper eens naar verschillende kanten van de tuin of oprit en kijk waar het licht terechtkomt. Je kunt lichthinder vaak eenvoudig verminderen door: De lamp iets verder omlaag te draaien Een lager vermogen te gebruiken De lamp dichter bij het te verlichten gebied te plaatsen Een armatuur met een beter afgeschermde lichtbundel te kiezen Een sensor of timer toe te voegen Bedrijfsverlichting hoeft ook niet altijd aan Bij bedrijfspanden, magazijnen en parkeerterreinen kan veel buitenverlichting aanwezig zijn. Sommige verlichting is nodig voor werkzaamheden of veiligheid, maar niet ieder terrein hoeft de volledige nacht op maximale lichtsterkte verlicht te blijven. Afhankelijk van de situatie kunnen delen van de verlichting worden uitgeschakeld of met sensoren worden bediend wanneer er niemand aanwezig is. Dat vermindert niet alleen lichtvervuiling, maar kan ook het energieverbruik flink terugbrengen. Controleer je buitenlampen eens op 24 oktober De Nacht van de Nacht is een mooie aanleiding om 's avonds eens letterlijk buiten te gaan staan en naar je eigen verlichting te kijken. Stel jezelf bijvoorbeeld deze vragen: Brandt er verlichting terwijl niemand deze gebruikt? Schijnt een lamp gedeeltelijk omhoog? Is een schijnwerper eigenlijk veel feller dan nodig? Kan verlichting met een bewegingssensor worden geschakeld? Kan een schakelklok voorkomen dat lampen de hele nacht blijven branden? Schijnt verlichting bij de buren naar binnen? Vaak hoef je helemaal geen nieuwe verlichting te kopen. Alleen opnieuw richten of anders instellen kan al een groot verschil maken. Donker waar het kan, licht waar het moet Goede buitenverlichting draait niet om zoveel mogelijk licht. Het gaat erom dat er voldoende licht is op de plaats en het moment waarop je het nodig hebt. Een goed gerichte LED-schijnwerper kan een oprit of werkplek uitstekend verlichten zonder de hele omgeving in het licht te zetten. Met een bewegingssensor laat je hem alleen inschakelen wanneer iemand in de buurt is. Met een schakelklok voorkom je dat andere verlichting onnodig de hele nacht blijft branden. Doe tijdens de Nacht van de Nacht op 24 oktober eens alle verlichting uit die je niet nodig hebt. Misschien ontdek je dat een donkere tuin helemaal niet zo onpraktisch is en dat je met een paar kleine aanpassingen ook de rest van het jaar met minder licht toe kunt.
Goedekabels.nl - Dé online kabelshop voor alle kabels & accessoires
Je kunt tegenwoordig overal kabels kopen, in een winkel en natuurlijk online. Wij onderscheiden ons op de belangrijkste punten: Kwaliteit, Prijs en Levertijd. We hebben geen 100.000 artikelen, maar je vindt bij ons wel snel wat jij nodig hebt: gewoon een goede kabel voor een goede prijs. We leveren onze producten vanuit ons eigen magazijn en als je ze voor 16:30 besteld worden je kabels meestal de volgende dag al geleverd.
We zijn zo transparant mogelijk. Je kunt eenvoudig alle specificaties met elkaar vergelijken en kiest de kabel die je nodig hebt. En omdat we goede afspraken met onze leveranciers hebben koop je bij ons ook nog eens voor de scherpste prijs.
Natuurlijk vind je in ons assortiment niet alleen kabels, maar ook andere artikelen, bijvoorbeeld ophangbeugels voor TV's of USB sticks. Ook hierbij hanteren we hetzelfde principe: eenvoudig te vinden, te vergelijken en snel in huis. En twijfel je nog? Weet dan dat je bij ons gewoon 14 dagen bedenktijd hebt.

